Geschiedenis Museum Volkenkunde

Geschiedenis Museum Volkenkunde

Museum Volkenkunde heeft een lange geschiedenis en een collectie van voorwerpen van over de hele wereld. Hier lees je over de geschiedenis van het museum.

Het oudste volkenkundige museum

Museum Volkenkunde kent een lange geschiedenis. In 1837 opgericht als het ’s Rijks Japansch Museum Von Siebold, is het een van de oudste wetenschappelijke etnografische musea ter wereld. De oorspronkelijke collectie bestond uit voorwerpen, die waren verzameld door Philipp Franz von Siebold in de periode dat hij als arts werkzaam was op de Nederlandse handelsvestiging Deshima bij Nagasaki in Japan (1823-1830). Het publiek kon zijn collectie bezichtigen op het Rapenburg 19 (het huidige Siebold Huis). 

Afbeelding: Portret van Philipp Franz von Siebold (1796-1866) gemaakt door Edoardo Chiossone in 1875, RV-00-334

Portret van Philipp Franz von Siebold (1796-1866) gemaakt door Edoardo Chiossone in 1875, RV-00-334

Koninklijke wortels

De ontstaansgeschiedenis van Museum Volkenkunde is naast Von Siebold ook verbonden met Koning Willem I. Hij stimuleerde het stichten van nationale instellingen om wetenschap en kunst te bevorderen. Bovendien gaf hij geleerden de opdracht om collecties te verzamelen in China, Indonesië en Japan. 

Deze voorwerpen krijgen een plek in het in 1816 opgerichte Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden. Bij de opheffing van het Koninklijk Kabinet in 1883 verhuist een groot deel van de collectie naar het Leidse museum, dat in 1864 al was omgedoopt tot ’s-Rijks Ethnographisch Museum. 

Steeds krapper

In de laatste decennia van de 19de eeuw groeit de collectie gestaag. In 1883 wordt een groot deel van de voorwerpen die tijdens de Internationale Koloniale Tentoonstelling in Amsterdam te zien waren, eraan toegevoegd. En ook aanwinst van de vijf bronzen Japanse Boeddhabeelden die nu staan opgesteld in de beroemde Boeddha-zaal, dateert uit deze tijd.

Vijf Japanse Boeddha's opgesteld in de tuin van het museumgebouw aan het Rapenburg rond 1920, RV-12265
Vijf Japanse Boeddha's opgesteld in de tuin van het museumgebouw aan het Rapenburg rond 1920, RV-12265

Uit de toenmalige kolonie Nederlandsch-Indië komen rond die tijd zoveel objecten binnen dat er ruimtegebrek ontstaat. Uitbreiding lijkt noodzakelijk! Als koningin Wilhelmina in gezelschap van de Koningin Moeder tijdens een kort bezoek in 1899 in het gebouw verdwaalt, krijgt het museum gelukkig een extra gebouw aan het Rapenburg beschikbaar gesteld.

Afbeelding: De openbare opstelling in het museumgebouw aan de Hoge Woerd waar de koninginnen Wilhelmina en Emma verdwaalden, RV-12362-4.

De openbare opstelling in het museumgebouw aan de Hoge Woerd waar de koninginnen Wilhelmina en Emma verdwaalden, RV-12362-4

Groeiende diversiteit

In het begin van de 20e eeuw wordt de verzameling opnieuw uitgebreid. In 1903 doet het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) een belangrijke overdracht van hun grote Hindoe-Javaanse en Amerikaanse collecties en met de in de jaren daarvoor verworven bronzen uit Benin, het Peruaanse keramiek, de expeditieverzamelingen uit Aceh, Bali, Centraal-Borneo en westelijk Nieuw-Guinea en collecties uit Tibet en Siberië, ligt de focus niet langer op Japan, China en Indonesië.  Er is een collectie ontstaan met voorwerpen uit de hele wereld.

Academisch ziekenhuis

Tegen 1920 barst het museum alweer uit zijn voegen en krijgt het een derde extra locatie aan de Breestraat 18. Het vrijkomen van het Academisch Ziekenhuisgebouw in 1931 brengt wat ademruimte voor de collectie. Hoewel het gebouw al in 1933 aan het museum ter beschikking was gesteld, kan het door de economische crisis van de jaren 1930 pas in 1937 zijn deuren openen voor het publiek.

Afbeelding: Het gebouw van het voormalig Academisch Ziekenhuis, sedert 1937 de vestiging van Museum Volkenkunde, Leiden.

Het gebouw van het voormalig Academisch Ziekenhuis, sedert 1937 de vestiging van Museum Volkenkunde, Leiden.

Bommen

In 1939 dreigt er een oorlog: men besluit de belangrijkste stukken in veiligheid te brengen in de museumkelders en in de Rijksschuilplaatsen in de duinen bij Heemskerk. Hoewel het museum de eerste jaren van de oorlog open blijft, wordt in 1944 toch overgegaan tot de volledige ontruiming van de openbare verzamelingen. Op 11 december dat jaar wordt het museumterrein getroffen door een bommenregen, waaronder één in het gebouw met grote glasschade tot gevolg. Gelukkig was de collectie in veiligheid gebracht: die blijft dus ongedeerd.   

Systemisch verzamelen

Na de Tweede Wereldoorlog breekt een periode aan van uitgebreid en ‘systematisch’ verzamelen in het veld. De conservatoren reizen naar gebieden waar ze direct contact hebben met de mensen die voorwerpen zelf maken of gebruiken. Hierbij proberen de onderzoekers zoveel mogelijk informatie over de objecten te registreren. Met tentoonstellingen die proberen de sfeer en de locatie van de geëxposeerde voorwerpen op te roepen, wordt deze kennis aan het brede publiek overgebracht. Een deel van de tentoonstellingen is tussen 1956 en 1992 ook te zien in de dependance van Museum Volkenkunde in Breda: het Volkenkundig Museum Justinus van Nassau. 

Evocatieve opstelling van een woonsituatie op Oost-Groenland tijdens de expositie “Overleven en over leven” 21 juni 1984 - 3 september 1985
Evocatieve opstelling van een woonsituatie op Oost-Groenland tijdens de expositie “Overleven en over leven” 21 juni 1984 - 3 september 1985.
Evocatieve opstelling van een deel van een Afghaanse bazaar, als onderdeel van de expositie “Bazaar; marktsteden in Noord-Afghanistan”,  25 januari 1980 - 4 januari 1981.
Evocatieve opstelling van een deel van een Afghaanse bazaar, als onderdeel van de expositie “Bazaar; marktsteden in Noord-Afghanistan”, 25 januari 1980 - 4 januari 1981.

Deltaplan

Dankzij het ‘Deltaplan voor Cultuurbehoud’ begint in de jaren ‘90 een grote renovatie in Museum Volkenkunde. Het gebouw wordt van binnen volledig omgebouwd. De collecties, die heel krap lagen opgeslagen, verhuizen naar vier reusachtige loodsen met klimaatbeheersing in ’s Gravenzande. Tegelijkertijd worden alle voorwerpen gefotografeerd en geïnventariseerd in een digitale database. Het museum is hiermee een van de eerste die zijn volledige collectie online zet. 

Fusie

In 2014 fuseert Museum Volkenkunde met het Afrika Museum te Berg en Dal en met het Amsterdamse Tropenmuseum tot het nieuwe Nationaal Museum van Wereldculturen. Door meer gebruik te gaan maken van moderne technieken en mediavormen, krijgt het hedendaagse maar ook de mens achter de voorwerpen meer aandacht. Het museum is hiermee een nieuw tijdperk ingegaan.